Gebroken schouder

Proximale humerus fractuur, Schouderbreuk
Breuk in de schouder, meestal veroorzaakt door een val op de uitgestrekte arm.

Afspraken

Traumatologie

Wat is een proximale humerusfractuur? 

Een proximale humerusfractuur is een breuk van het bovenste gedeelte (proximaal) van het bovenarmbot (humerus). 

Afbeeldingen: bovenarmbot (humerus) - proximale humerus

Afbeelding van de proximale humerus

De proximale humerus bestaat uit vier fragmenten: (A) de kop, (B) de schaft, (C) het tuberculum majus en (D) de tuberculum minus (zie afbeelding). 

Een breuk van één of meerdere van deze fragmenten noemen we een proximale humerusfractuur. Er zijn dus verschillende types breuken mogelijk. De behandeling zal dan ook afhankelijk zijn van het type breuk. 

Symptomen en diagnose 

De diagnose van een proximale humerusfractuur wordt gesteld door een combinatie van een lichamelijk (klinisch) onderzoek en medische beeldvorming (radiologisch onderzoek, zoals een RX-foto of CT-scan). 

Lichamelijk onderzoek

De volgende symptomen kunnen duiden op een breuk van de proximale humerus: 

  • Pijn ter hoogte van de schouderregio 
  • Pijn bij het bewegen van de schouder 
  • Uitgebreide blauwe plekken die zich over de hele bovenarm kunnen uitstrekken. 
  • Aantasting van de zenuw die langs de proximale humerus loopt (nervus axillaris), waardoor er spierzwakte kan optreden en een verminderd gevoel in de arm. 
    • Het testen van de zenuw is niet altijd mogelijk, omdat bewegen te veel pijn kan doen. 

Radiologisch onderzoek

RX-foto en CT-scan

Met behulp van röntgenstralen of RX-stralen wordt er eerst een beeld gemaakt van de breuk. Nadien wordt een CT-scan gemaakt die 3D-beelden oplevert waardoor de breuk nog meer in detail kan bekeken worden. 

Op basis van de RX-foto en de CT-scan wordt beslist of een chirurgische ingreep nodig is. 

Behandeling 

De behandeling van een proximale humerusfractuur is afhankelijk van het type breuk. In de eerste plaats kijken we of het gaat om een verplaatste of onverplaatste fractuur. Bij een onverplaatste fractuur is er wel een breuk, maar zijn de breukfragmenten niet verplaatst ten opzichte van elkaar. In dit geval, of als de breuk minimaal verplaatst is, zal er geen operatie nodig zijn en volstaat een conservatieve behandeling. 

Conservatieve behandeling 

Deze behandeling bestaat uit het ondersteunen van de arm met een draagdoek of adductieverband gedurende ongeveer drie tot vier weken. Tijdens deze periode doet u oefeningen met de kinesitherapeut zodat het schoudergewricht niet zal verstijven. Het is heel belangrijk om hier vroegtijdig mee te starten. In de praktijk blijkt dat wanneer het de patiënt niet lukt om binnen de 14 dagen na de breuk te beginnen oefenen, dit een negatief effect heeft op de uiteindelijke beweeglijkheid en functionaliteit van de arm. 

Na drie tot vier weken mag de bovenarm geleidelijk meer en meer bewogen worden. 

Heelkundige behandeling 

Een proximale humerusfractuur heelt meestal vrij snel, tenzij bij een uitgesproken verplaatsing van de vier fragmenten van het schoudergewricht. Als er sprake is van twee of meerdere verplaatste breuken en het verlies van functie leidt tot een verlies van levenskwaliteit, zal een operatie nodig zijn. De chirurg beslist dan of de fractuur kan behandeld worden met een osteosynthese of met een prothese

Heelkundige behandeling: osteosynthese 

Bij osteosynthese worden de botfragmenten terug aan elkaar vastgezet. Deze techniek kan toegepast worden met volgend osteosynthesemateriaal:

  • Schroef
  • Plaat- en schroefosteosynthese (PSOS) - zie eerste afbeelding 
  • Intramedullaire nagel (mergpen) - zie tweede afbeelding 

Heelkundige behandeling: prothese 

Als de breuk zodanig complex is dat osteosynthese geen geschikte oplossing is, of als er een slechte botkwaliteit is, zal er voor een prothese gekozen worden. Er zijn twee types prothesen: de anatomische schouderprothese (hemiprothese) en de reversed schouderprothese (omgekeerde schouderprothese). 

Bij de anatomische schouderprothese worden de schouderkop en schouderkom vervangen door een prothese. De voorwaarde hiervoor is dat de omliggende spieren en pezen die de schouderkop en -kom samenhouden (de rotator cuff) nog intact zijn. 

Afbeelding van een plaat- en schroefosteosynthese

Reversed schouderprothese

Bij complexe breuken waarbij de rotator cuff ook beschadigd is, wordt gekozen voor de reversed schouderprothese (omgekeerde schouderprothese). Hierbij worden ook de schouderkop en schouderkom vervangen door een prothese, maar wordt er in de holle schouderkom een bol geplaatst en wordt er in de bovenarmkop een kom gemaakt. Dat is eigenlijk het omgekeerde van de natuurlijke situatie, vandaar de naam 'omgekeerde schouderprothese'. Op die manier kan de arm toch bewogen worden zonder gebruik te maken van de omliggende, beschadigde spieren en pezen. 

Herstel en revalidatie

Een klassieke botbreuk herstelt gewoonlijk na 6 tot 8 weken, maar de revalidatie van een proximale humerusfractuur kan 6 tot 12 maanden duren. Het doel is om de volledige of een zo volledig mogelijke functie van het schoudergewricht te herwinnen. Hoe snel of hoe traag het herstel zal verlopen, hangt af van verschillende factoren zoals het type breuk, de leeftijd, complicaties, andere aandoeningen enzovoort. 

Vaak is er na de operatie nog geen gevoel in de arm en kan u die niet zelf omhoog houden. Dat kan soms ook het gevolg zijn van een zenuwblock en/of pijnpomp. Daarom krijgt u een draagdoek voor uw arm die u de eerste 24 uur draagt. Het gevoel in de arm komt normaal gezien langzaam terug. Dit kan tot 24 uur duren. 

Revalidatie na osteosynthese

Na een schroef, plaat- en schroef of een nagel, mag u alle bewegingen in alle richtingen doen. U kunt hierbij niets verkeerd doen. Het is zelfs belangrijk om hier de eerste dag na de operatie al mee te starten, zodat uw schouder niet de kans krijgt om te verstijven. 

Het enige wat u niet mag doen is uw arm belasten gedurende zes weken.  Dat betekent dat u niets zwaar mag tillen, opheffen, dragen ... Na zes weken zal u bij de kinesitherapeut starten met weerstandsoefeningen waarbij de arm meer en meer kan belast worden. Het uiteindelijke doel is dat u even mobiel en beweeglijk wordt als voor de breuk.

Revalidatie na prothese 

Afbeelding exorotatie

Exorotatie

Met een anatomische schouderprothese mag u de eerste vier weken de schouder niet naar buiten roteren (exorotatie). 

Deze beweging, zoals op de afbeelding, zet spanning op de hechtingen van de schouderspieren en –pezen. Na vier weken is de wonde voldoende genezen.

Nazorg

Op het einde van de operatie wordt de wonde gesloten. De chirurg zal de wonde dichtnaaien of met nietjes werken. Na 10 tot 12 dagen kunnen de draadjes of nietjes verwijderd worden. Dit kan bij de huisarts. Hiervoor neemt u het best zelf contact op. 

De eerste dagen na de ingreep moet de wonde dagelijks verzorgd worden. Dat kan door een thuisverpleegkundige gebeuren. Zodra de wonde na een paar dagen mooi proper blijft en er geen vocht meer aanwezig is, kan de verzorging afgebouwd worden. U kunt dit het best afspreken met de thuisverpleegkundige. 

Verder zal u de eerste 10 dagen na de ingreep een spuitje tegen flebitis krijgen in de buik. Dit is standaard na een operatie om de vorming van kleine bloedklonters tegen te gaan. 

Dagelijks leven

Wassen 

Douchen is toegestaan als het verband niet nat wordt. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld een waterafstotende plakker aanbrengen. Zolang er draadjes of nietjes aanwezig zijn in de wonde, is er een verhoogd risico op infectie en is het belangrijk om de wonde zo droog mogelijk te houden. 

Huishoudelijke taken

Na elk type ingreep is het belangrijk om in de eerste zes weken niets zwaar te heffen, tillen of dragen. Bijvoorbeeld het dragen van zware boodschappen is niet toegelaten. 

Fietsen en autorijden

Na elk type ingreep wordt aangeraden om de eerste zes weken niet met de auto of fiets te rijden. Specifiek bij het buiten fietsen kunnen de trillingen spanning zetten op de wonde. 

Sporten

Contactsporten en sporten die druk of spanning zetten op de bovenarm en/of schouder zijn absoluut verboden voor minstens de eerste zes weken na de operatie. Wandelen of rustige activiteiten kunt u wel zeker doen. 

Alarmsignalen na ontslag

  • Neem bij volgende symptomen contact op met uw huisarts:

    • Niet-controleerbare pijn
    • Koorts (die samengaat met trillen)
    • Ontstaan van een nieuwe wonde
    • De operatiewonde geneest niet, maar gaat achteruit.
    • De operatiewonde geeft een vieze geur af.
    • De operatiewonde begint spontaan te bloeden. 
    • Drainage van vuil wondvocht ter hoogte van de operatiewonde. 
    • Uitbreidende roodheid, zwelling, pijn en warmte rond de wonde 
    • Verminderde mobiliteit en/of toenemende pijn ter hoogte van de schouder 

Specialisten

Laatste aanpassing: 21 maart 2025